Papa zet de vuilnisbak
buiten. Dan gaat hij werken.
Later komt de vuilnisauto
met grote, sterke mannen. Die kiepen de vuilnisbak leeg in de auto.
Dan rijdt de vuilnisauto
naar andere huizen om daar ook de vuilnisbak leeg te kiepen.
Dan rijdt de auto
de straat uit.
H. is 4 jaar en staat
na te denken. Wat doen die mannen in de andere straat?
Hij loopt achter de
auto aan. In de andere straat kiepen ze ook vuilnisbakken leeg.
Dan rijdt de auto
naar een andere straat. H. is nieuwsgierig, want eens moet die auto toch
volraken?
H. volgt de auto.
Dat is niet moeilijk. De vuilnisauto staat telkens weer stil.
Jongetje, dat mag
niet! Ga gauw naar je moeder, roept een mevrouw uit een tuin.
H. luistert niet;
hij mag niet met vreemde mensen praten.
De auto rijdt de laatste
straat uit. Het dorp uit. Nu wordt het volgen moeilijk.
Heel in de verte gaat
de auto linksaf naar een ander dorp. Stevig doorlopen, dan haal je hem
wel in.
Plotseling stopt een
mevrouw op de fiets voor hem. Dat is lastig, want de fiets staat dwars.
Er langs lopen is moeilijk.
De mevrouw grijpt
H. in de kraag, ze roept iets, ze is boos!
Het is Mama. H. moet
achter op de fiets terug. Mama wil niet zeggen waar het vuilnis naar toe
gaat.